De spelregels van tennis lijken in het begin wat vreemd, vooral door de puntentelling met 15, 30 en 40. Toch zit er een duidelijke logica achter: je speelt punten, games en sets, en wie genoeg sets wint, wint de wedstrijd.
Een snel overzicht
ToggleTennis in het kort
Tennis speel je één tegen één in het enkelspel, of twee tegen twee in het dubbelspel. Het doel is simpel: sla de bal over het net in het juiste speelveld, zodat je tegenstander de bal niet goed kan terugspelen.
Een punt begint altijd met een service. Daarna slaan de spelers de bal om en om terug. De bal mag één keer stuiteren voordat je hem terugslaat, maar je mag hem ook direct uit de lucht slaan. Dat heet een volley.
Raakt de bal buiten de lijnen, in het net of speel je hem niet op tijd terug, dan gaat het punt naar je tegenstander. Raakt de bal de lijn, dan is hij in. Dat is handig om te onthouden, want bij tennis zijn lijnen soms net zo belangrijk als de bal zelf.
De puntentelling
Een game begint bij 0-0. In tennis heet 0 ook wel love. Daarna tel je niet met 1, 2 en 3, maar met 15, 30 en 40. Dat voelt de eerste keer wat alsof iemand de rekenmachine verkeerd heeft ingesteld, maar zo werkt tennis nu eenmaal.
De punten in een game gaan zo:
- 0 punten: love
- 1 punt: 15
- 2 punten: 30
- 3 punten: 40
- 4 punten: game, als je minimaal twee punten voor staat
Bij 40-40 heet de stand deuce. Vanaf dat moment moet iemand twee punten achter elkaar winnen om de game te pakken. Win je het eerste punt na deuce, dan heb je voordeel. Win je ook het punt daarna, dan win je de game. Verlies je dat punt, dan is het weer deuce.
Wie de puntentelling beter wil begrijpen, kan rustig nog eens kijken naar de puntentelling bij tennis. Vooral deuce en voordeel worden dan een stuk minder vaag.
Games en sets
Een wedstrijd bestaat uit sets. Een set bestaat weer uit games. Meestal win je een set als je als eerste 6 games hebt, met minimaal 2 games verschil.
Een set kan dus eindigen in 6-0, 6-2, 6-4 of 7-5. Staat het 6-6, dan speel je meestal een tiebreak. In sommige vormen of competities kunnen andere afspraken gelden, maar bij normale tenniswedstrijden is de tiebreak bij 6-6 heel gebruikelijk.
Een wedstrijd speel je meestal om 2 gewonnen sets. Bij sommige wedstrijden, vooral bij mannen op grandslamniveau, wordt om 3 gewonnen sets gespeeld. Bij clubwedstrijden zie je ook vaak kortere vormen, zoals een beslissende tiebreak in plaats van een volledige derde set.
De tiebreak
Een tiebreak speel je meestal bij 6-6 in games. In een tiebreak tel je gewoon met 1, 2, 3 en verder. De speler die als eerste 7 punten haalt, wint de tiebreak, maar alleen met minimaal 2 punten verschil.
Bij 6-6 in de tiebreak is het dus nog niet klaar. Dan speel je door tot iemand twee punten voor staat, bijvoorbeeld 8-6, 9-7 of 12-10. De set eindigt daarna als 7-6.
De speler die aan de beurt is om te serveren, serveert het eerste punt van de tiebreak. Daarna serveert de tegenstander twee punten, en vervolgens wisselen de spelers steeds na twee punten van service. Na elke 6 gespeelde punten wissel je van kant.
Omdat een tiebreak snel rommelig kan voelen, helpt een aparte uitleg over de tiebreak bij tennis vaak meer dan nog drie keer hardop “wie serveert nu?” mompelen.
Serveren
Elke game begint met een service. De serveerder staat achter de achterlijn en serveert schuin naar het servicevak van de tegenstander. Je begint vanaf rechts en serveert daarna afwisselend vanaf links en rechts.
De bal moet in het juiste servicevak landen. Landt de bal buiten het vak, in het net of raakt hij iets wat niet mag, dan is het een foutservice. Je krijgt twee pogingen per punt. Mis je ook de tweede service, dan heet dat een dubbele fout en krijgt je tegenstander het punt.
Raakt de service het net, maar valt de bal daarna wel in het juiste servicevak, dan speel je de service opnieuw. Dat heet een let. Raakt de bal het net en valt hij buiten het servicevak, dan is het gewoon een foutservice.
Je voeten mogen tijdens de service niet op of over de achterlijn staan voordat je de bal raakt. Ook mag je niet aan de verkeerde kant van het middenstreepje gaan staan. Doe je dat wel, dan is het een voetfout.
Wie serveert wanneer?
In het enkelspel serveert één speler een hele game. De volgende game serveert de andere speler. Zo wisselt de service elke game.
In het dubbelspel serveert ook steeds één speler per game, maar de volgorde ligt vast. Elk team kiest aan het begin van de set wie als eerste serveert. Daarna blijft de volgorde binnen die set hetzelfde.
Na een set mag de servicevolgorde opnieuw gekozen worden. Dat kan handig zijn als één speler duidelijk beter serveert dan de ander, of als iemand even moet bijkomen van een game waarin elke bal terug leek te komen.
In of uit?
Een bal is in als hij de lijn raakt. Ook als hij maar een klein stukje van de lijn raakt, telt de bal als goed. Alleen als de bal helemaal buiten de lijn landt, is hij uit.
Bij enkelspel gebruik je de smalle zijlijnen. Bij dubbelspel gebruik je de buitenste zijlijnen, waardoor het speelveld breder is. De servicelijnen blijven bij enkel en dubbel hetzelfde, dus het servicevak wordt niet ineens breder in het dubbelspel.
Raakt de bal het net tijdens een rally en valt hij daarna goed in het speelveld, dan gaat het punt gewoon door. Alleen bij de service gelden aparte let-regels. Een netbal tijdens een rally kan dus gewoon een geldig punt opleveren, ook al voelt het soms een beetje alsof de tennisgoden zich ermee bemoeien.
Wisselen van kant
Spelers wisselen van kant na de eerste game van een set en daarna na elke twee games. Je wisselt dus bij 1-0, 2-1, 3-2, 4-3 en zo verder. Zo spelen beide spelers ongeveer even vaak met zon, wind of een lastige achtergrond.
Tijdens een tiebreak wissel je na elke 6 punten van kant. Dat kan bijvoorbeeld bij 4-2, 6-6 of 9-9. Het spel gaat daarna verder met dezelfde servicevolgorde.
Na een oneven aantal games is er meestal een korte pauze. Na de allereerste game van een set wissel je wel van kant, maar is de pauze vaak korter.
Enkelspel en dubbelspel
Bij enkelspel speel je één tegen één. Het speelveld is smaller, omdat de tramrails aan de zijkant niet meetellen. Die extra stroken aan de zijkant gebruik je alleen bij dubbelspel.
Bij dubbelspel speel je twee tegen twee. De service blijft schuin naar het servicevak gaan, maar tijdens de rally mag de bal in het bredere dubbelveld landen. Daardoor ontstaat er meer ruimte aan de zijkant en krijg je vaker snelle reacties aan het net.
De ontvangers kiezen aan het begin van een set wie aan welke kant retourneert. Die kant blijft binnen die set hetzelfde. De ene speler ontvangt dus steeds vanaf rechts, de andere steeds vanaf links.
Een punt winnen
Je wint een punt als je tegenstander de bal niet goed terug kan slaan. Dat kan gebeuren doordat de bal in het net gaat, buiten de lijnen landt of vaker dan één keer stuitert. Ook een dubbele fout bij de service levert jou een punt op.
Een bal mag je alleen raken met je racket. Raakt de bal je lichaam, kleding of hand zonder racket, dan gaat het punt naar de tegenstander. Zelfs als de bal daarna toevallig prachtig over het net vliegt, telt het niet.
Je mag het net niet aanraken met je lichaam of racket zolang het punt bezig is. Ook mag je niet over het net heen slaan voordat de bal aan jouw kant is geweest. Je mag wel doorzwaaien over het net nadat je de bal aan jouw kant hebt geraakt.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is denken dat de bal uit is zodra hij een lijn raakt. Bij tennis is dat juist andersom: lijn is in. Dat zorgt soms voor discussie, maar de regel zelf is duidelijk.
Ook bij de service gaat het vaak mis. De bal moet schuin in het juiste servicevak landen, niet zomaar ergens aan de overkant. Verder telt een service die via het net goed valt niet als fout, maar als let.
Bij de stand raakt men ook snel de draad kwijt. De serveerder noemt altijd eerst zijn eigen score. Staat het 30-15, dan heeft de serveerder dus 30 en de ontvanger 15. Dat kleine detail voorkomt veel verwarring, vooral bij recreatieve potjes.
Wedstrijdduur
Een tenniswedstrijd heeft geen vaste speeltijd. Een korte partij kan binnen een uur klaar zijn, terwijl een spannende driesetter makkelijk twee uur of langer duurt. Het hangt af van het niveau, de rally’s, het aantal sets en hoeveel games naar deuce gaan.
Tiebreaks, lange games en spelers die weinig fouten maken rekken de wedstrijd. Een wedstrijd met veel korte punten is juist sneller klaar. Wie een baan huurt, plant daarom liever wat ruimer dan te krap.
Voor een beter beeld van tijden per wedstrijdvorm helpt het om te kijken naar hoe lang een tenniswedstrijd duurt, zeker als je voor het eerst competitie of een toernooi speelt.
Sportief spelen
Bij recreatief tennis roep je zelf of een bal uit is aan jouw kant van de baan. Roep duidelijk en meteen. Twijfel je, dan geef je de bal meestal goed. Dat houdt het spel eerlijk en voorkomt discussies die langer duren dan de rally zelf.
Noem de stand hardop voor je serveert. Dat klinkt misschien wat overdreven, maar het voorkomt bijna alle scoreverwarring. Zeker bij deuce, voordeel en tiebreaks is dat geen luxe.
Geef de bal rustig terug naar de serveerder en wacht tot je tegenstander klaarstaat. Tennis heeft regels, maar ook gewoontes. Die maken het spel prettiger, vooral als er geen scheidsrechter op de stoel zit.
Veelgestelde vragen
Wat betekent love bij tennis?
Love betekent 0 punten. Bij 15-love heeft de eerste speler dus één punt gewonnen en de andere speler nog geen punt.
Mag je de bal twee keer raken?
Nee, je mag de bal maar één keer raken. Raak je de bal bewust twee keer met je racket, dan verlies je het punt.
Wie roept of een bal uit is?
Bij recreatief tennis roept de speler aan wiens kant de bal landt of de bal uit is. Twijfel je, dan geef je de bal goed.
Wat is een supertiebreak?
Een supertiebreak is een tiebreak tot 10 punten, met minimaal 2 punten verschil. Deze wordt vaak gebruikt in plaats van een beslissende set.
Mag je onderhands serveren?
Ja, onderhands serveren mag. De service moet wel volgens de normale regels worden gespeeld en in het juiste servicevak landen.





